Verplichte laadinfrastructuur voor zorginstellingen: 2027

Verplichte laadinfrastructuur voor zorginstellingen: tijd om door te pakken

Elektrisch vervoer groeit hard. Voor zorginstellingen betekent dit meer elektrische dienstauto’s, laadvragen van medewerkers, bezoekers en leveranciers, en meer druk op de bestaande energieaansluiting. Laadinfrastructuur is daardoor geen losse faciliteit meer. Het wordt onderdeel van vastgoedbeheer, mobiliteitsbeleid en energieplanning.

Daar komt wetgeving bovenop. Bij bestaande utiliteitsgebouwen met meer dan 20 parkeervakken op hetzelfde terrein moet sinds 2025 minimaal één laadpunt aanwezig zijn. Bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie gelden aanvullende eisen voor laadpunten en leidinginfrastructuur. Dit volgt uit de Europese EPBD-regels, die in Nederland zijn verwerkt in de bouwregelgeving.

Waarom dit urgent is voor zorginstellingen

Veel zorglocaties hebben grote parkeerterreinen. Denk aan woonzorglocaties, behandelcentra, revalidatiecentra, ggz-locaties en regionale zorgcampussen. Daardoor vallen zorginstellingen al snel binnen de verplichting.

Maar de echte druk zit niet alleen in de wetgeving. De dagelijkse praktijk verandert sneller dan veel vastgoedplanningen. Medewerkers rijden vaker elektrisch. Zorgorganisaties verduurzamen hun wagenpark. Bezoekers verwachten laadmogelijkheden. Leveranciers stappen over op elektrische logistiek.

Wie nu alleen het wettelijke minimum plaatst, loopt het risico dat de laadcapaciteit binnen korte tijd alweer tekortschiet.

De kern: laadpalen vragen om slim energiemanagement

Een laadpaal plaatsen lijkt eenvoudig. In de praktijk ligt de uitdaging bij de beschikbare netcapaciteit. Zorginstellingen hebben vaak al een hoge energievraag door klimaatinstallaties, keukens, medische apparatuur, verlichting en gebouwgebonden installaties.

Laadpaal met elektrische auto’s voor slim en duurzaam laden.

Extra laadpunten kunnen piekbelasting veroorzaken. Zeker wanneer meerdere voertuigen tegelijk laden aan het begin of einde van een werkdag. Zonder slimme aansturing kan dat leiden tot hogere kosten, zwaardere belasting van de aansluiting of beperkingen door netcongestie.

Daarom is de vraag niet: hoeveel laadpalen moeten we plaatsen?
De betere vraag is: hoe richten we laadinfra slim in binnen het totale energiesysteem?

De oplossing: laadinfra koppelen aan opwek, opslag en sturing

Voor zorginstellingen ligt de kans in een integrale aanpak. Laadpalen worden dan niet los bekeken, maar gekoppeld aan het totale energieverbruik van de locatie.

Denk aan:

  • laadpalen die automatisch minder vermogen vragen tijdens piekmomenten;
  • laden op momenten met veel zonne-energie;
  • inzet van batterijopslag om pieken op te vangen;
  • prioriteit geven aan dienstauto’s of cruciale voertuigen;
  • monitoring van verbruik, laadgedrag en beschikbare capaciteit;
  • voorbereiding op verdere uitbreiding van elektrisch vervoer.

RVO benoemt energiesturing via een energiebeheersysteem als concrete maatregel bij netcongestie. Daarmee kunnen bijvoorbeeld laadpunten worden aangestuurd op basis van beschikbare capaciteit of eigen opwek.

Subsidiekans: SPRILA voor private laadinfrastructuur

Naast de verplichting zijn er ook financiële kansen. Via de Subsidieregeling Private Laadinfrastructuur bij bedrijven, SPRILA, kunnen ondernemers subsidie aanvragen voor laadinfrastructuur op eigen of gehuurd terrein. RVO vermeldt dat SPRILA bedoeld is voor uitgaven aan de aanleg van laadinfrastructuur voor elektrische auto’s op eigen terrein. Voor 2026 loopt de aanvraagperiode van 20 januari tot en met 18 december 2026.

Voor zorginstellingen is dit relevant omdat laadinfra vaak niet bij één laadpaal blijft. Zodra er meerdere laadpunten nodig zijn voor personeel, bezoekers of een elektrisch wagenpark, wordt de businesscase serieuzer. RVO geeft aan dat het subsidiebedrag per locatie minimaal € 2.500 moet zijn.

Nu handelen voorkomt dure herstelkeuzes

De grootste fout is laadinfra te klein ontwerpen. Eén laadpunt plaatsen om aan de verplichting te voldoen, lost het strategische vraagstuk niet op. Zorginstellingen moeten vooruitkijken naar groeiend elektrisch vervoer, netcongestie en stijgend energieverbruik.

Een toekomstbestendige aanpak begint met inzicht:

  • hoeveel parkeervakken zijn er?
  • welke laadbehoefte is er nu?
  • welke groei wordt verwacht bij personeel, bezoekers en wagenpark?
  • hoeveel ruimte heeft de bestaande netaansluiting?
  • is er zonne-energie aanwezig of gepland?
  • is batterijopslag nodig om pieken te beperken?
  • kan slim energiemanagement laadvermogen verdelen?

New Energy Systems helpt zorginstellingen vooruit

New Energy Systems ondersteunt zorginstellingen bij het ontwerpen en realiseren van toekomstbestendige laadinfrastructuur. Niet als losse installatie, maar als onderdeel van een breder energiesysteem.

Daarbij kijken we naar de locatie, het parkeerterrein, de netaansluiting, het verbruik, de laadbehoefte en de mogelijkheden voor zonnepanelen, batterijopslag en slim energiemanagement.

De verplichting is duidelijk. De kans is groter: wie laadinfrastructuur nu slim inricht, bereidt de zorglocatie voor op elektrisch vervoer, lagere piekbelasting en verdere verduurzaming.

Bronnen: RVO (2025), Expertisecentrum Verduurzaming Zorg (z.d.) en RVO (2026).